Contact

Stel je voor, je probeert een belangrijke Duitse zakenpartner aan de telefoon te krijgen. Tot je grote verbazing neemt hij niet op – terwijl je weet dat hij op vrijdag altijd op kantoor is, juist om contact met klanten te hebben. Misschien is hij ziek. Je belt een van zijn collega’s, maar ook haar telefoon staat uit.

Voor veel mensen is dit een bekend scenario. Wat zit daar toch achter? Waarom lijken Duitse bedrijven op sommige dagen en masse het bijltje erbij neer te leggen?

Minder mysterieus dan je denkt -

Want het zou zomaar een van de vele officiële feestdagen kunnen zijn die volop worden gevierd in Duitsland. En vaak gaat het hier om feestdagen die in Nederland veel minder op de radar staan, waardoor er ook geen verplichte vrije dag is.

Sommige van die feestdagen worden zelfs alleen in specifieke deelstaten gevierd. Dat maakt allemaal deel uit van de kleurrijke lappendeken van cultuur en traditie die ons buurland zo uniek maakt.

Veel van die vrije dagen hebben hun oorsprong in het christendom, en in katholieke regio’s worden meer feestdagen gevierd dan in protestantse gebieden. Bijvoorbeeld in Beieren, dat met zijn rijke katholieke traditie een schat aan feestdagen heeft, zoals Driekoningen en Allerheiligen.

Maar laten we het eens hebben over die raadselachtige dag: “Karfreitag”.

Karfreitag sind wir geschlossen!

Joris is een accountmanager uit Noord-Holland die regelmatig met Duitse klanten werkt. Hij dacht dat zijn Duits prima was, tot hij probeerde om vóór Pasen nog een afspraak te maken en dit antwoord kreeg: "Karfreitag sind wir geschlossen!"

Wat is Karfreitag eigenlijk? Als je niet kerkelijk bent opgevoed, klinkt het misschien als een mysterieuze ceremonie uit een fantasyroman. Dat is het echter niet. Het is simpelweg de Duitse term voor Goede Vrijdag, de vrijdag voor Pasen waarop christenen stilstaan bij de kruisiging en dood van Jezus.

Goede Vrijdag is geen dag van feest en vrolijkheid maar eerder van bezinning en ingetogenheid. Dat zie je bijvoorbeeld terug in het Tanzverbot, het dansverbod dat op deze dag in sommige Duitse regio’s nog steeds van kracht is.

Een heel bijzondere traditie, dat vind ik ook. Sommige Duitsers vinden zo’n dansverbod niet meer relevant en stellen het ter discussie. Zo kun je in het levendige Berlijn komende vrijdagavond nog steeds de dansvloer op, maar zijn in Beieren de regels strenger.

Het Tanzverbot beïnvloedt zelfs de televisieprogrammering. Talloze films worden door de Duitse (staats)omroepen als ongepast beschouwd om op Goede Vrijdag uit te zenden. Zelfs het populaire programma Let's Dance moest het ontgelden uit respect voor deze dag.

Op Karfreitag zijn alle winkels gesloten, net als alle andere bedrijven. Een afspraak inplannen is dan niet mogelijk, wat Joris dus al in de praktijk meemaakte.

Heb je een vraag, opmerking of eigen ervaring die je wilt delen?
Neem gerust contact op. Je kunt bellen met 020-4860481 of een mail sturen naar info@duitsvoorbedrijven.nl .

Pieter is accountmanager bij een Zaandams bedrijf dat onderdelen voor de auto-industrie verkoopt. Sinds kort heeft hij ook een paar Duitse klanten en daar is hij erg blij mee.

Want zijn eerste contacten over de grens liepen bepaald niet soepeltjes, hoewel hij zich – naar eigen zeggen – prima redt in het Duits.

Pieter is met hart en ziel verkoper. Gesprekken met klanten ziet hij dan ook als een waardevol en plezierig onderdeel van zijn vak. Daarom onderhoudt hij zijn contacten altijd goed.

‘Maar ik heb nu een paar Duitse klanten, grote spelers in de markt. Heel aardige mensen die ik regelmatig spreek. Maar terwijl ik bij Nederlandse klanten vrijuit praat, vind ik gesprekken in het Duits toch best lastig. Ik ken niet genoeg woorden, waardoor het lijkt alsof ik niet weet waar ik het over heb.’

Dat was zijn eer als verkoper te na. Daarom besloot hij een van mijn trainingen te doen. Inmiddels verlopen zijn gesprekken al een stuk soepeler. En belangrijker nog: zijn zelfvertrouwen is gegroeid.

Afgelopen week kwam hij tevreden terug van een zakenreis naar Hamburg waar hij een afspraak had gehad bij een klant.

Hij vertelde dat die klant zich tiptop had voorbereid op het gesprek en de juiste vragen had gesteld. Op diens verzoek hadden zelfs een aantal technische collega’s aan de meeting deelgenomen.

Pieter zei tegen me: ‘Wat zijn die Duitsers toch altijd lekker pünktlich.’

Maar dat was ik niet met hem eens.

Wat je eerst moet weten over het begrip ‘pünktlich’

Sommige woorden zijn in het Nederlands en het Duits bijna hetzelfde, maar hebben – en dat is natuurlijk best gemeen – een andere betekenis. Dat zijn de zg. valse vrienden en ‘pünktlich’ is er zo eentje.

Het Nederlandse ‘punctueel’ betekent namelijk iets heel anders dan het Duitse ‘pünktlich’, hoewel de woorden sterk op elkaar lijken.

Als wij iemand punctueel noemen, bedoelen we dat zij nauwkeurig werkt en altijd goed voorbereid is. In het Duits zou je hiervoor echter de woorden ‘zuverlässig’ of ‘gründlich’ gebruiken. Zeker geen ‘pünktlich’, want dat betekent dat slechts ‘op tijd’.

Dat zijn veel Nederlanders ook. ‘Pünktlich’ zijn is geen typisch Duitse eigenschap.

Toch hangt aan Duitsers het hardnekkige vooroordeel dat ze altijd zo ‘pünktlich’ zijn. Ook Pieter had dit benoemd, zie hierboven. Maar hij had niet bedoeld dat ze altijd zo op tijd waren. Hij was slechts in de val van de valse vriend gestapt …

Productieland vs. handelsland

Waarom vinden veel Nederlanders dat Duitsers ‘zuverlässiger’ zijn dan zijzelf?

Dat zou je kunnen verklaren door het feit dat Duitsland van oudsher een productieland is, waar het belangrijk is dat medewerkers nauwkeurig en behoedzaam de machines en apparaten bedienen.

Terwijl Nederland een handelseconomie heeft, waarin flexibel omgaan met wetten en regels én met elkaar juist het meeste oplevert.

Goed om te weten, toch?

Misschien verandert je kijk op zakendoen met Duitsers hier wel door. Ik kan je hier nog veel meer over vertellen.

Neem gerust contact op. Je kunt bellen met 020-4860481 of een mail sturen naar info@duitsvoorbedrijven.nl .

Laat me je een verhaaltje vertellen over Peter, een gedreven accountmanager. Hij wilde een goede indruk op zijn Duitse klant maken. In het gesprek gebruikte hij de zin: “Früh oder spät wird es ein Problem." Die had hij eigenhandig uit het Nederlands vertaald.

Helaas nét niet goed. Z’n gesprekspartner begreep het wel, maar keek hem toch even onderzoekend aan: verstond-ie het nou goed?

Echt zo’n moment dat je als professional wilt vermijden in een verkoopgesprek. Dan wil je toch dat alles soepel verloopt en dat jullie je kunnen concentreren op de inhoud.

Hoe voorkom je dat je klinkt als een middelbare scholier die niet goed heeft opgelet tijdens de Duitse les?

Veel van mijn cursisten kunnen zich al aardig redden in het Duits, maar ze gaan nat bij de nuances en details. En dat is precies het verschil tussen praten als een middelbare scholier en spreken als een professional.

Spreken als een professional betekent dat je niet alleen goed klinkt, maar ook de nuances in het Duits begrijpt én goed gebruikt. Een voorbeeld van die nuances vormen de vaste uitdrukkingen die het Duits kent, net als het Nederlands overigens.

Vaste uitdrukkingen

Dit soort uitdrukkingen verrijken je woordenschat en dragen bij aan je professionele uitstraling – mits je ze juist toepast. Want je kunt niet simpelweg Nederlandse uitdrukkingen letterlijk in het Duits vertalen. Kijk maar naar het voorbeeld van Peter!

Elke uitdrukking bestaat uit een aantal woorden die je samen gebruikt. Ook het Nederlands kent dit soort woordparen:

Woordparen zijn praktisch: je kunt er kracht mee achter je woorden zetten. Vaak ook is het een compacte manier om iets te zeggen. En je laat ermee zien dat je de taal begrijpt.

Let op bij vertalen!

De verwantschap tussen het Nederlands en het Duits is zowel een voordeel als een valkuil.

Het kan handig zijn, zoals in "Es steht schwarz auf weiß im Vertrag" Dat betekent immers letterlijk: “Het staat zwart op wit in het contract.” Maar vaker moet je voorzichtig zijn en de verleiding weerstaan om de woorden letterlijk te vertalen.

Voorbeelden van woordparen

En natuurlijk zijn er ook herkenbare uitdrukkingen met een Duitse twist:

Mijn pro tip voor jou: print deze mail en leg het op je bureau. Dan heb je voortaan al deze vaste uitdrukkingen bij de hand – ze komen vaker voor dan je denkt!

Oefening baart kunst – ook met woordparen

Wil jij je Duits verbeteren? Oefen, oefen en oefen! Luister naar moedertaalsprekers, probeer nieuwe woordparen uit en laat jezelf groeien in de nuances van de taal. Verlies die belangrijke details niet uit het oog. Het zijn juist de details die jou onderscheiden als een professional in zakelijk Duits.

Heb je een vraag, opmerking of eigen ervaring die je wilt delen?
Neem gerust contact op. Je kunt bellen met 020-4860481 of een mail sturen naar info@duitsvoorbedrijven.nl . Dan gaan we na of het programma aansluit bij je vraag zodat jij een goede keuze kunt maken.

Veel succes met het verfijnen van je taalvaardigheden.

Je kent ze vast. Van die taalfoutjes waardoor je gesprek totaal in de soep loopt. Maar ken je ook die meer geniepige foutjes? Ik heb het hier niet over foutjes die je in de grammatica maakt. Ik bedoel die foutjes die op zich niet heel erg zijn, maar wel slordig. Neem van mij aan: als je die kunt voorkomen, wordt je Duits meteen beter. Dan wordt het een écht Duits gesprek waarmee jij een professionele indruk maakt.

Ik heb het hier niet over foutjes die je in de grammatica maakt.

Natuurlijk maak je een goede indruk wanneer wat je zegt grammaticaal klopt. Begrijp mij niet verkeerd: ik vind het belangrijk om correct te spreken. Maar daarbij gaat het vaak juist níet om grammatica. Grammaticafoutjes leiden immers nauwelijks tot misverstanden bij het verstaan en begrijpen van wat je bedoelt.

Ik heb het over woorden die je verkeerd gebruikt.

Verkoopmedewerkers moeten vaak hun klanten nabellen, voor een offerte of om naar hun mening te vragen. De cruciale vraag die ze dan stellen is: “Wat vindt u ervan?” Of: “Wat vindt u van dit voorstel?” Maar dan in het Duits dus.

Vaak wordt die vraag letterlijk naar het Duits vertaald. Dan krijg je: “Was finden Sie von diesem Vorschlag?”

En ook al word je dan wel begrepen, je maakt er geen goede indruk mee.

Ik vertel je straks wat je beter kunt zeggen. Eerst lees je hoe je ervoor zorgt dat je wél professioneel overkomt.

 

Zet de juiste woorden op de juiste plaats.

Je komt een grote stap verder wanneer je je woordenschat goed gebruikt.

Wat bedoel je daar nou mee? hoor ik je vragen.

Je woordenschat bestaat niet uit losse woordjes. Daar begint het mee, maar het gaat vooral om de combinaties die je maakt met die woorden in een gesprek. Welke woorden horen bij elkaar?

Dat geldt voor het Nederlands en natuurlijk ook voor het Duits. Lastig is wel dat Duits woordcombinaties vaak nét anders zijn dan Nederlandse.

Als je wilt zeggen dat een collega niet op kantoor is, is het verleidelijk om te zeggen dat hij niet ‘auf Büro’ is. Dat is immers de letterlijke vertaling van ‘op kantoor’. Maar de juiste Duitse combinatie is ‘im Büro’. Typisch iets dat je kan opnemen in het lexicon.

 

Zo verbeter je stap voor stap je Duits

Let op woordcombinaties! Ook in het Nederlands. Welke woorden gebruik je vaak samen? Daarna kun je opletten of je diezelfde combinaties hoort en leest in gesprekken met Duitse klanten. Op die manier verbeter je je Duits stap voor stap.

 

Wie finden Sie meinen Vorschlag?

Ik kom nog even terug op de vertaling van de vraag: “Wat vindt u van het voorstel?”

Het Nederlandse ‘vinden’ combineren we met ‘van’. Daarom ligt de vertaling “Was finden Sie von diesem Vorschlag?” zo voor de hand.

Maar in het Duits doe je dat niet. Bovendien gebruik je daar niet het vragend voornaamwoord ‘wat’.

Als je graag ‘vinden’ wilt gebruiken kun je beter zeggen: “Wie finden Sie meinen Vorschlag?”

Of (en dat klink echt professioneel!): “Was halten Sie von meinem Vorschlag?”

Ik hoop dat ik je weer wat wijzer hebt gemaakt over zakelijk Duits!

Heb je een vraag, opmerking of eigen ervaring die je wilt delen?
Neem gerust contact op. Je kunt bellen met 020-4860481 of een mail sturen naar info@duitsvoorbedrijven.nl . Dan gaan we na of het programma aansluit bij je vraag zodat jij een goede keuze kunt maken.

‘Ik dacht dat ik mijn verkoopgesprekken best wel in het Engels kon voeren.’ 

Nils is salesmanager bij een logistieke dienstverlener in Rotterdam. Dagelijks spreekt hij oude en nieuwe klanten. Hij vertelde me dat hij in het Duits altijd veel naar woorden moest zoeken. Daardoor kon hij zich niet goed op de inhoud van zijn gesprekken concentreren.

Toen hij overging op het Engels, zag hij echter dat zijn klanten daarmee niet goed uit de voeten konden. Hij stond meteen 1-0 achter in het verkoopgesprek omdat hij ze in een ongemakkelijke positie had gebracht. In één keer was het vertrouwen weg.

Veel Nederlandse werknemers kiezen liever voor Engels dan voor Duits

Heel erg jammer vind ik dat. (Dat zou jij ook moeten vinden want het kost bedrijven veel omzet, jullie bedrijf waarschijnlijk ook!)

En vooral onnodig: want echt iedereen kan Duits leren spreken en schrijven – in elk geval goed genoeg om proactief contact te leggen en te onderhouden, zodat je vertrouwen opbouwt en succesvol verkoopt.

Waarom Duits toch echt de beste keuze is

Daar zijn in de eerste plaats een paar praktische redenen voor. Duits en Nederlands lijken meer op elkaar dan Nederlands en Engels. Daardoor pik je de taal relatief snel op. En hoewel steeds meer Duitsers Engels verstaan en spreken, geldt dat nog niet voor overal in het Duitse zakenleven. Je kunt er dus niet klakkeloos van uitgaan dat je klant Engels spreekt.

De belangrijkste reden: vertrouwen opbouwen doe je via de taal

Als je als accountmanager je klant in het Duits aanspreekt voelt hij zich zekerder en meer op z’n gemak, en verloopt jullie samenwerking soepeler. De kans dat je de deal sluit is daardoor aanzienlijk groter.

Salesmanagers weten hoe essentieel het is om te weten hoe klanten willen worden aangesproken. Wanneer je als verkoper de taal van je doelgroep begrijpt, begrijpen ze ook de boodschap die je voor ze hebt. Zo bouw je al snel vertrouwen op van potentiële klanten.

Je hoeft het niet perfect te doen

Het gaat er echt niet om dat je precies de juiste naamvallen en dergelijke gebruikt. Veel meer is het een zaak van het juiste idioom kiezen, de woordenschat die past bij jullie klanten.

Bij het selecteren van die woorden en woordcombinaties is het van belang dat je de Duitse zakelijke cultuur aanvoelt en daar adequaat op inspeelt. Alleen dan kun je je product of dienst zó positioneren dat het specifiek jullie Duitse klant aanspreekt.

Wil je weten hoe je jullie product of dienst in het Duits kunt aanbieden bij klanten?- zonder terug te vallen op het Engels.

Neem gerust contact op. Je kunt bellen met 020-4860481 of een mail sturen naar info@duitsvoorbedrijven.nl . Dan gaan we na of het programma aansluit bij je vraag zodat jij een goede keuze kunt maken.

Over vaktaal en vaktermen, en waarom je vooral gewone taal nodig hebt om als professional gezien te worden

Maar spreek jij onze vaktaal wel?

Mijn klant wil weten of ik eerder in de transportsector heb gewerkt. Dat heb ik inderdaad. Toch twijfelt hij of ik echt wel weet welke woorden ze in zijn branche gebruiken, of ik zijn vaktaal wel ken.

Snel somt hij uit zijn hoofd de Duitse namen van vijf verschillende types oplegger op. Die namen ken ik inderdaad niet. Het valt me op dat hij er geen lopende, begrijpelijke zinnen van maakt. En dat is precies waar ik hem en zijn bedrijf wél mee kan helpen.

Elk vak z’n eigen vaktermen

Waar je ook werkt – in de horeca, tuinbouw of IT – een beetje vakjargon hoort erbij. In elke branche gebruiken mensen termen waar buitenstaanders niets van begrijpen. Maar die voor mensen binnen zo’n branche heel gewoon zijn.

Jij gebruikt hetzelfde vocabulaire als je klanten, zo begrijpen jullie elkaar. Wanneer je die specifieke technische woorden niet zou kennen, kom je niet professioneel over. Misschien heb je zelfs weleens expres wat van die vaktermen rondgestrooid. Louter en alleen om een deskundige indruk te maken op je gesprekspartner.

Veel vaktermen maken nog geen vaktaal

Dat je die vaktermen kent, wil nog niet zeggen dat je een zinvol gesprek met een leverancier kunt voeren. Praten (en verkopen!) gaat immers verder dan een rijtje technische termen achter elkaar zetten. Je moet méér woorden in het gesprek gebruiken: gewone mensentaal. Pas dan wordt het begrijpelijk voor je klant.

Daarom moet je onderscheid maken tussen de vaktermen en de andere woorden en zinnen waarmee je het gesprek opbouwt.

Taal om de vaktermen heen

Laat me je een voorbeeld uit de IT geven. Wanneer je in die branche werkt, weet je dat een harde schijf een ‘Festplatte’ is. Maar die kennis alleen is niet genoeg. Je moet bijvoorbeeld ook weten wat je met een kapotte harde schijf doet. Omwisselen of vervangen, om maar wat te noemen. Dat moet je in het Duits kunnen zeggen. Dan weet je tenminste wat je klant bedoelt wanneer hij het heeft over ‘austauschen’ of ‘ersetzen’.

Nog een voorbeeld? Eentje uit een heel andere branche: het bloemenvak. In het bloemenvak gaat het natuurlijk vaak over perkplanten. Wanneer ik medewerkers train, kent bijna iedereen het woord ‘Beetpflanzen’. Maar als ik vervolgens vraag wat er moet gebeuren met die ‘Beetpflanzen’ blijft het stil. Want de meesten kennen de juiste Duitse woorden nog niet voor het verpakken en voorbereiden van de bloemen, en voor hoe je ze het beste presenteert en verzorgt.

Omwisselen, vervangen, verpakken, verzorgen: gewone Duitse woorden die je nodig hebt voor het voeren van een inhoudelijk gesprek met klanten. Samen met vaktermen kom je zo tot echte vaktaal.

De winst van een vakspecifiek woordenboek

De meeste cursisten van Das Buro – zowel accountmanagers als salesmedewerkers – kennen wel hun eigen vaktermen, maar ze spreken nog niet dezelfde vaktaal als hun klanten.

Daarom maken we tijdens de taaltraining o.m. een vakspecifiek woordenboek. Daarin staan de vaktermen met hun betekenis. Maar ook de combinaties van woorden en zinnen waarin medewerkers ze vaak toepassen. Zeg maar: de taal om de vaktermen heen.

De grootste winst van zo’n woordenboek is dat je vaktermen echt in context gaat gebruiken.

Wil je ook goede, inhoudelijke gesprekken voeren me je Duitse klanten?
Ik maak graag een afspraak met je.

Neem gerust contact op. Je kunt bellen met 020-4860481 of een mail sturen naar info@duitsvoorbedrijven.nl . Dan gaan we na of het programma aansluit bij je vraag zodat jij een goede keuze kunt maken.

'Het is een bekend fenomeen: medewerkers vertellen mij vaak aan het begin van een training dat zij alles wel verstaan maar zelf niet kunnen spreken.'

Vaak horen we in het nieuws dat er een enorm tekort is aan leraren Duits. Daarmee hangt samen dat scholieren die Duits op hun eindexamen hebben gehad, zich in de taal maar moeilijk kunnen redden.

Wat betekent dit voor het bedrijfsleven? En is dit eigenlijk erg? Tegenwoordig spreken Duitsers toch ook Engels? Daarnaast komen er in de Duitse woordenschat toch ook meer en meer Engelse woorden!

Als deze scholieren een paar jaar later het bedrijfsleven instromen, kan het zijn dat het voeren van een gesprek nog moeilijker gaat. De productieve kennis neemt namelijk sneller af dan de receptieve. Veel medewerkers herkennen Duitse woorden wel – ook omdat het Duits en het Nederlands aan elkaar verwant zijn maar vinden het toch moeilijk om een gesprek te voeren. Het is een bekend fenomeen: medewerkers vertellen mij vaak aan het begin van een training dat zij alles wel verstaan maar zelf niet kunnen spreken.

Hoe kom je nou van een receptieve woordenschat (je herkent de woorden wel) naar een productieve woordenschat (je wilt een gesprek voeren)?

Het is geen echte oplossing om het Duits alleen te kunnen lezen (e-mails en eventueel technische handleidingen begrijpen) maar in een gesprek Engels met de Duitse klant te spreken.

Volgens de Duits-Nederlandse Handelskamer is het een illusie om te denken dat bedrijven zich met Engels in Duitsland goed kunnen redden. “Neem bijvoorbeeld een bedrijf dat het bij het binnenhalen van een opdracht in Baden-Württemberg moet opnemen tegen een Zwitsers en een Duits bedrijf. Zo’n bedrijf staat direct al met 2-0 achter als het zijn presentatie in het Engels doet.” De economische schade is dus heel groot.

Het is dus een misverstand om te denken dat Duitsers Engels als communicatiemiddel accepteren.

De medewerkers in mijn trainingen kunnen meestal wel herkennen wat een woord betekent.

Maar het blijft vaak juist bij de herkenbare woorden moeilijk om ze goed te kunnen gebruiken. De medewerkers zijn dan heel onzeker en vermeiden om het woord te gebruiken. Dit betekent dat zij een grotere receptieve woordenschat hebben dan een productieve. Maar een productieve woordenschat is wel nodig om een gesprek te kunnen voeren, om te kunnen produceren!

Het begrip actieve woordenschat is verouderd omdat het suggereert dat alleen het zelf produceren van taal een actieve bezigheid is, terwijl ook bij het luisteren (passieve woordenschat) activiteit wordt verwacht. Tegenwoordig wordt gesproken van productieve en receptieve woordenschat.

Bij sommige woorden is dit heel duidelijk: mailen, bloggen en scannen zijn internationale woorden die iedereen herkent maar kun je ze ook op de juiste manier gebruiken zodat je professioneel overkomt.

Een klant vertelde tijdens een training dat hij de Duitse klant wilde vertellen dat hij een blogartikel had gelezen: "Ich habe einen Blog gelesen und er hat geblogged … gebloggd … gebloggt …?" Hij kwam er niet uit, wist niet of dit woord in het Duits wel werd gebruikt en ook niet hoe hij het moest schrijven.

Ongeduldig

Vaak hoor ik van medewerkers dat zij een beetje ongeduldig zijn: ze weten al zo veel – d.w.z. ze herkennen woorden – en moeten nu weer terug naar het leren om ze ook te kunnen gebruiken. Woorden kunnen herkennen betekent helaas niet dat je ze ook kunt gebruiken. Het lijkt een stap terug als je woorden weer moet gaan leren maar dit is wel de weg om ze uiteindelijk ook te kunnen gebruiken.

Een medewerker die als sales manager werkt vertelde mij dat hij de mails van zijn Duitse klanten goed kan lezen. Hij zij ook dat hij de gesprekken die zijn collega met de Duitse klanten voert goed kan volgen. Maar hij heeft een probleem sinds hij de werkzaamheden van zijn collega over moet nemen en zelf moet spreken! Hij vindt het enorm moeilijk om een telefoongesprek te voeren, hij zij dat hij de woorden dan niet kan vinden. “Maar als de klant spreekt kan ik hem wel verstaan. Ik begrijp alle vragen die hij stelt. Maar ik kan ze niet goed beantwoorden.”

Een volwassen Nederlander gebruikt ca. 10.000 woorden actief en kent 55.000-70.000 woorden. De productieve woordenschat is altijd van beperktere omvang dan de receptieve. Een leerling kan altijd meer begrijpen dan hij zelf kan spreken.

Taaltip

Leer nieuwe woorden altijd zowel receptief als productief, dus zowel van het Duits naar het Nederlands als omgekeerd.

Productief leren is moeilijker. Het kost meer tijd en medewerkers hebben sneller succes als ze alleen receptief dwz van het Duits naar het Nederlands leren. Echter als je meer tijd met de nieuwe taal bezig bent, is de verwerking diepgaander.

Ook al heeft een medewerker op school Duits geleerd én eventueel ook gesproken kan het zijn dat hij het nu – een paar jaar later – de woorden wel nog herkent maar de taal niet goed meer kan spreken. Productieve kennis neemt sneller af dan receptieve kennis.

Voor de cursisten uit het bedrijfsleven is het van belang dat zij kunnen spreken en dan is productieve woordkennis het doel. Dan is productief leren de aangewezen leerwijze. Het daaraan toevoegen van receptief leren is niet nuttig, want het leidt niet tot een betere productieve kennis. Receptief leren alleen is in dit geval geen optie omdat het slechts tot een beperkte productieve kennis leidt.

Soms moeten zij – weliswaar in mindere mate – teksten kunnen lezen en gesprekken kunnen volgen en begrijpen. Als het doel dus zowel receptieve als productieve woordkennis is, dan verdient het aanbeveling om de woorden zowel receptief als productief te leren: de combinatiemethode.

 

Wil je ook weten hoe je je productieve woordenschat kunt uitbreiden?

Neem contact op via info@duitsvoorbedrijven.nl. Bellen kan natuurlijk ook 020-4860481

Een enkel lidwoord dat niet klopt, daar maakt niemand zich druk over.

 

Communicatie gaat natuurlijk niet alleen over foutloos spreken.

Het gaat bijvoorbeeld ook over lichaamstaal en de klank van je stem. Maar als je een professionele indruk bij je Duitse klant wilt maken, doe je er toch goed aan fouten te vermijden.

Een enkel lidwoord dat niet klopt, daar maakt niemand zich druk over.

Maar wanneer je in een gesprek vaak dezelfde fout maakt, wordt het een struikelblok. Je gesprekspartner blijft het opmerken en zal de neiging krijgen je te corrigeren. Natuurlijk zal hij of zij dit niet doen – louter uit beleefdheid.

Soms voelt het gewoon goed, zal je zeggen.

Misschien gebruik je soms internationale woorden in je gesprekken. Woorden die zowel in het Duits, het Engels of het Nederlands worden gebruikt. Zoals ‘die Finanzierung’, ‘die Operation’ of ‘die Partei’.

Op zich een goede strategie.

Toch sla je dan soms de plank mis. Want ook al lijken sommige woorden internationaal, ze zijn het niet altijd. Zoals ‘die Konklusion’. Klinkt Duits toch? Maar dat is het niet. Het Duitse woord voor conclusie is ‘die Schlussfolgerung‘.

Of misschien heb je weleens een Duitse klant gecomplimenteerd door te zeggen: ‘Das ist ein gutes Idee.’ Ook dit voelt aan als Duits, toch? Maar hoewel de keuze voor ‘Idee‘ juist is, speelt hier een fout in de grammatica. Vanuit het Nederlands gedacht, lijkt ‘Idee‘ onzijdig, je hebt het immers over hét idee. Maar in het Duits is het toch echt ‘die Idee‘. Juist zou dus zijn: ‘Das ist eine gute Idee.’

Het is maar een klein dingetje. Maar als je vaak dit soort fouten maakt, zal je Duitse relatie er zich onherroepelijk aan gaan ergeren.

Topsporters hebben één ding gemeen.

Ze trainen. En ze hebben een team van trainers om zich heen dat ze bewust maakt van een verkeerde set en ze de juiste beweging laat herhalen totdat deze is geautomatiseerd. Totdat het vanzelf gaat en ze geen fouten meer maken, en ze de wedstrijd winnen.

Het is daarom belangrijk dat je je ervan bewust wordt dat je soms fouten maakt – omdat je denkt vanuit het Nederlands. Het voelt soms misschien wel goed, maar dat is het niet. Als hje eenmaal weet om welke fouten gaat het, kun je je de juiste formuleringen aanleren.

Ik geef je hier nog een paar voorbeelden van fouten in veelgebruikte zinnetjes in het bedrijfsleven. Natuurlijk wel met de juiste formulering erbij.

Je maakt je deze formuleringen snel eigen door ze op een post-it te schrijven en naast je computer te plakken. Dan kun je ze een tijdje bewust bekijken.

Succesvolle verkopers kunnen een aantal dingen erg goed:

Doordat ze hier in uitblinken, dus zowel de juiste woorden kennen als inhoudelijk sterk zijn, verlopen hun onderhandelingsgesprekken succesvol.

Wil je weten hoe je je product of dienst professioneel in het Duits kunt aanbieden?

Je kunt mij bellen 020-4860481 of mailen naar info@duitsvoorbedrijven.nl 

Ich freue mich auf Ihren Anuf!

Zo onthoud je nieuwe woorden wel. Maak gebruik van een belangrijk leerprincipe.

 

Een paar weken geleden kreeg ik een mooi compliment van Pieter, een van mijn klanten en accountmanager bij een groothandel in bloemen en planten.

Pieter zei tegen me: ‘Ik kreeg van mijn Duitse relatie te horen dat het zo fijn was om te bellen omdat het nu zo makkelijk was om met de medewerkers te spreken en alles in het Duits snel kon worden besproken. Dat was het doel van deze training, dat we onze klanten goed kunnen helpen en zij tevreden zijn.’

Een fantastisch compliment voor mij, zeker! Maar vooral ook voor de medewerkers zelf. Want zij maakten gebruik van het belangrijke leerprincipe: use it or lose it.

Hoe dat precies in zijn werk gaat, vertel ik in dit artikel.  Het is namelijk best simpel om nieuwe woorden op zo’n manier te leren dat je ze daadwerkelijk onthoudt en kunt gebruiken.

Veel medewerkers in het Nederlandse bedrijfsleven hebben op school Duits gehad. Ooit kenden ze het bekende rijtje mit, nach, bei … uit hun hoofd en konden ze zich redelijk verstaanbaar maken in het Duits. Maar intussen is die kennis behoorlijk weggezakt. Dit komt doordat ze die kennis niet vaak genoeg hebben gebruikt. En zeker voor talenkennis geldt: use it or lose it.

Hoe leren we eigenlijk?

Taalonderzoekers onderscheiden twee manieren van leren: incidenteel en intentioneel leren.

Als je spontaan iets leert of onbedoeld informatie oppikt, spreek je van incidenteel leren. Bijvoorbeeld een nieuw woord dat je in een e-mailbericht leest of in een gesprek opvangt.

Als je expres en bewust iets leert, noemen we dat intentioneel leren. Dan ben je gericht op het in een bepaalde tijd bereiken van een bepaald kennis- en vaardigheidsniveau. Bijvoorbeeld wanneer je iets leert in een cursus.

Hoe leer je woorden in je eigen taal?

Iedereen beschikt over een basiswoordenschat in zijn moedertaal. De grootte ervan verschilt van persoon tot persoon. Die woordenschat heb je niet verkregen via intentioneel leren, dus niet door woordenrijtjes te stampen. De meeste woorden in je eigen taal leer je terloops, incidenteel dus. Maar dit betekent niet dat woordkennis je gewoon komt aanwaaien. Je moet er nog steeds wel wat voor doen.

Mensen leren vooral door aandacht en herhaalde blootstelling. Dat bijvoorbeeld scholieren nieuwe woorden kunnen leren komt niet doordat zij die tijdens de Nederlandse les aangeboden krijgen. Maar doordat zij die woorden ook regelmatig in andere schoolvakken en in boeken en gesprekken tegenkomen. Daardoor krijgen de woorden automatisch een betekenisvolle context. Dat maakt het onthouden ervan een stuk makkelijker.

Hoe leer je woorden in een vreemde taal?

Hier in Nederland zijn we natuurlijk omringd door de Nederlandse taal. Continu hoor en zie je Nederlandse woorden. Maar voor veel van mijn cursisten geldt dat ze alleen in hun werkomgeving Duits horen en spreken. Dit betekent dat ze nieuwe Duitse woorden ook weer snel kunnen vergeten.

Wat ik net schreef over het belang van aandacht en herhaalde blootstelling bij de Nederlandse taalverwerving, geldt ook voor het leren van woorden in een vreemde taal. Wanneer je bijvoorbeeld een Duits woord wilt onthouden, is het dus belangrijk dat je er echt aandacht aan geeft.

Zo zorg je ervoor dat u nieuwe woorden wél onthoudt

  1. Beperk het aantal woorden dat je wilt leren. Leer alleen de woorden die je in je werksituatie nodig hebt. Maak een selectie door zorgvuldig te onderzoeken wanneer en waar je Duits moet praten.
  2. Herhaal deze woorden zo vaak mogelijk. Nieuwe woorden moeten op z’n minst zeven(!) keer terugkomen. Eerst met korte intervallen, later met grotere intervallen. Geef er dan bewust aandacht aan:

Use it or lose it! Ook wanneer je nieuwe woorden vaak tegenkomt, betekent dit nog niet dat je ze actief kunt gebruiken in een gesprek of e-mail. De ‘productie’ van taal moet ook worden getraind. Het devies is: gebruiken of verliezen!

“Ich habe heute so viel zu tun, ich sehe vor lauter Bäumen den Wald nicht mehr!”

Wanneer je je Duitse klant dit hoort zeggen, begrijp je direct wat hij bedoelt. Mooi is dat! Allemaal dankzij het spreekwoord dat in het Duits en het Nederlands hetzelfde klinkt en betekent.

Maar dat geldt helaas niet voor alle spreekwoorden. Jammer, want een spreekwoord kan een heerlijk smeermiddel voor een soepel lopend gesprek met je Duitse collega zijn. Het maakt je taal kleurrijker en professioneler – mits je het spreekwoord goed gebruikt.

Omdat er zo veel spreekwoorden zijn, kan ik me voorstellen dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Daarom hier aandacht voor een paar spreekwoorden die in je zakelijke communicatie relevant zijn. En natuurlijk behoed ik je ook voor een aantal gemene instinkers.

Spreekwoorden leren uit een andere taal is moeilijk. Ze hebben immers alles te maken met de cultuur en geschiedenis van een land. Maar omdat je niet helemaal vertrouwd bent met die andere cultuur is het ook zo makkelijk om hiermee faliekant de plank mis te slaan …

Juist omdat spreekwoorden zo verbonden zijn met de cultuur van een land, maak je indruk wanneer je er een paar in de juiste situatie en op het juiste tijdstip weet te gebruiken.

Veel zeggen met weinig woorden

Bovendien kun je met een Duits spreekwoord – net als met een Nederlands spreekwoord – met weinig woorden iets glashelder overbrengen. Je hoeft dan geen omslachtig verhaal te houden, maar kunt volstaan met een enkel passend gezegde.

Een voorbeeld. Na ellenlange besprekingen over leveringsvoorwaarden stel je tevreden vast dat de gemaakte afspraken goed in elkaar zitten: ‘Was wir hier aufgeschrieben haben, hat Hand und Fuß!‘

Voorkom te direct zijn

Met een spreekwoord kun je op een speelse manier zeggen wat je vindt. Door een spreekwoord te gebruiken kom je minder direct over. Dat kán handig zijn. Want zoals je weet, staan Nederlanders erom bekend dat ze niet op hun mondje zijn gevallen en recht voor z’n raap zeggen hoe het volgens hen zit.

Een voorbeeld. Je wilt bij je Duitse leverancier aandringen op snelle levering van de goederen omdat je klanten erom zitten te springen. Je kunt dan tegen hem zeggen: ‘Ich möchte auf Nummer sicher gehen und die Lieferung doch so schnell wie möglich bekommen.‘ Daarbij suggererend dat je op zeker wilt spelen.

Sommige spreekwoorden zijn precies hetzelfde

Sommige spreek woorden hebben in het Duits en het Nederlands dezelfde betekenis en komen bijna woordelijk overeen.

Een paar voorbeelden.

Maar meestal is letterlijk vertalen geen optie

Het blijft altijd de uitdaging om een spreekwoord op de juiste manier te gebruiken. Doe je dat niet, dan verliest het spreekwoord aan zeggingskracht en wordt je zin misschien zelfs wel onbegrijpelijk voor je gesprekspartner.

Letterlijk vertalen van een Nederlands spreekwoord naar het Duits kan vaak niet. Een van mijn klanten werd eind vorig jaar tot driemaal aan toe door een Duitse leverancier gebeld met een vraag over een bepaalde zending goederen. Om hem gerust te stellen zei hij: ‘Kein Problem. Drei Mal ist Schiffsrecht!’

Daar begreep zijn Duitse relatie echter helemaal niets van. Scheepsrecht?! Dat mag voor Nederland, met zijn zeiltraditie de gewoonste zaak van de wereld zijn. Maar niet voor een Duitser. Die zou zeggen: ‘Aller guten Dinge sind drei.’ Dit spreekwoord betekent precies hetzelfde, maar je zegt het nét even anders …

En er zijn spreekwoorden die totaal anders zijn:

De leverancier die iets verkeerds heeft geleverd zonder het met je af te spreken, handelde op eigen houtje. De beslissing heeft hij ‘auf eigene Faust’ genomen en zeker niet ‘auf eigenes Holz’.

Je kunt het niet forceren. Om het goed af te leveren heb je meer tijd nodig. ‘Wir können es nicht über’s Knie brechen. Wir brauchen noch ein bisschen Zeit.

Ik geef je graag nog een paar spreekwoorden-tips mee:

Copyright 2022 | Powered by Customerscope 
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram