Contact

Woorden herkennen maar toch niet kunnen spreken

'Het is een bekend fenomeen: medewerkers vertellen mij vaak aan het begin van een training dat zij alles wel verstaan maar zelf niet kunnen spreken.'

Vaak horen we in het nieuws dat er een enorm tekort is aan leraren Duits. Daarmee hangt samen dat scholieren die Duits op hun eindexamen hebben gehad, zich in de taal maar moeilijk kunnen redden.

Wat betekent dit voor het bedrijfsleven? En is dit eigenlijk erg? Tegenwoordig spreken Duitsers toch ook Engels? Daarnaast komen er in de Duitse woordenschat toch ook meer en meer Engelse woorden!

Als deze scholieren een paar jaar later het bedrijfsleven instromen, kan het zijn dat het voeren van een gesprek nog moeilijker gaat. De productieve kennis neemt namelijk sneller af dan de receptieve. Veel medewerkers herkennen Duitse woorden wel – ook omdat het Duits en het Nederlands aan elkaar verwant zijn maar vinden het toch moeilijk om een gesprek te voeren. Het is een bekend fenomeen: medewerkers vertellen mij vaak aan het begin van een training dat zij alles wel verstaan maar zelf niet kunnen spreken.

Hoe kom je nou van een receptieve woordenschat (je herkent de woorden wel) naar een productieve woordenschat (je wilt een gesprek voeren)?

Het is geen echte oplossing om het Duits alleen te kunnen lezen (e-mails en eventueel technische handleidingen begrijpen) maar in een gesprek Engels met de Duitse klant te spreken.

Volgens de Duits-Nederlandse Handelskamer is het een illusie om te denken dat bedrijven zich met Engels in Duitsland goed kunnen redden. “Neem bijvoorbeeld een bedrijf dat het bij het binnenhalen van een opdracht in Baden-Württemberg moet opnemen tegen een Zwitsers en een Duits bedrijf. Zo’n bedrijf staat direct al met 2-0 achter als het zijn presentatie in het Engels doet.” De economische schade is dus heel groot.

Het is dus een misverstand om te denken dat Duitsers Engels als communicatiemiddel accepteren.

De medewerkers in mijn trainingen kunnen meestal wel herkennen wat een woord betekent.

Maar het blijft vaak juist bij de herkenbare woorden moeilijk om ze goed te kunnen gebruiken. De medewerkers zijn dan heel onzeker en vermeiden om het woord te gebruiken. Dit betekent dat zij een grotere receptieve woordenschat hebben dan een productieve. Maar een productieve woordenschat is wel nodig om een gesprek te kunnen voeren, om te kunnen produceren!

Het begrip actieve woordenschat is verouderd omdat het suggereert dat alleen het zelf produceren van taal een actieve bezigheid is, terwijl ook bij het luisteren (passieve woordenschat) activiteit wordt verwacht. Tegenwoordig wordt gesproken van productieve en receptieve woordenschat.

Bij sommige woorden is dit heel duidelijk: mailen, bloggen en scannen zijn internationale woorden die iedereen herkent maar kun je ze ook op de juiste manier gebruiken zodat je professioneel overkomt.

Een klant vertelde tijdens een training dat hij de Duitse klant wilde vertellen dat hij een blogartikel had gelezen: "Ich habe einen Blog gelesen und er hat geblogged … gebloggd … gebloggt …?" Hij kwam er niet uit, wist niet of dit woord in het Duits wel werd gebruikt en ook niet hoe hij het moest schrijven.

Ongeduldig

Vaak hoor ik van medewerkers dat zij een beetje ongeduldig zijn: ze weten al zo veel – d.w.z. ze herkennen woorden – en moeten nu weer terug naar het leren om ze ook te kunnen gebruiken. Woorden kunnen herkennen betekent helaas niet dat je ze ook kunt gebruiken. Het lijkt een stap terug als je woorden weer moet gaan leren maar dit is wel de weg om ze uiteindelijk ook te kunnen gebruiken.

Een medewerker die als sales manager werkt vertelde mij dat hij de mails van zijn Duitse klanten goed kan lezen. Hij zij ook dat hij de gesprekken die zijn collega met de Duitse klanten voert goed kan volgen. Maar hij heeft een probleem sinds hij de werkzaamheden van zijn collega over moet nemen en zelf moet spreken! Hij vindt het enorm moeilijk om een telefoongesprek te voeren, hij zij dat hij de woorden dan niet kan vinden. “Maar als de klant spreekt kan ik hem wel verstaan. Ik begrijp alle vragen die hij stelt. Maar ik kan ze niet goed beantwoorden.”

Een volwassen Nederlander gebruikt ca. 10.000 woorden actief en kent 55.000-70.000 woorden. De productieve woordenschat is altijd van beperktere omvang dan de receptieve. Een leerling kan altijd meer begrijpen dan hij zelf kan spreken.

Taaltip

Leer nieuwe woorden altijd zowel receptief als productief, dus zowel van het Duits naar het Nederlands als omgekeerd.

Productief leren is moeilijker. Het kost meer tijd en medewerkers hebben sneller succes als ze alleen receptief dwz van het Duits naar het Nederlands leren. Echter als je meer tijd met de nieuwe taal bezig bent, is de verwerking diepgaander.

Ook al heeft een medewerker op school Duits geleerd én eventueel ook gesproken kan het zijn dat hij het nu – een paar jaar later – de woorden wel nog herkent maar de taal niet goed meer kan spreken. Productieve kennis neemt sneller af dan receptieve kennis.

Voor de cursisten uit het bedrijfsleven is het van belang dat zij kunnen spreken en dan is productieve woordkennis het doel. Dan is productief leren de aangewezen leerwijze. Het daaraan toevoegen van receptief leren is niet nuttig, want het leidt niet tot een betere productieve kennis. Receptief leren alleen is in dit geval geen optie omdat het slechts tot een beperkte productieve kennis leidt.

Soms moeten zij – weliswaar in mindere mate – teksten kunnen lezen en gesprekken kunnen volgen en begrijpen. Als het doel dus zowel receptieve als productieve woordkennis is, dan verdient het aanbeveling om de woorden zowel receptief als productief te leren: de combinatiemethode.

 

Wil je ook weten hoe je je productieve woordenschat kunt uitbreiden?

Neem contact op via info@duitsvoorbedrijven.nl. Bellen kan natuurlijk ook 020-4860481

Lees verder

Copyright 2021 | Powered by Customerscope 
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram